Tijdens de opleiding BIOW (beveiliging interventies openbare weg) leren hulpverleners hoe ze moeten rijden naar een verkeersongeval en hoe en waar ze hun voertuigen moeten plaatsen in de buurt van het ongeval.

Normaliter mag men niet op de pechstrook rijden, maar als algemene regel geldt dat prioritaire voertuigen wel gebruik mogen maken van de pechstrook indien de aard van hun opdracht dit vereist. Het gebruik van de pechstrook brengt wel problemen met zich mee: veel brokstukken met gevaar op platte banden, voertuigen die halt houden op de pechstrook, onzichtbaar zijn achter zwaar verkeer, pechstroken die soms onderbroken zijn ter hoogte van een brug, extra risico bij op- en afritten, spitsstroken…

Tijdens de opleiding leren de hulpverleners ook dat een ongeval kan benaderd worden tussen de uiterste twee linker rijstroken. Hier zijn een aantal voordelen aan verbonden: er is een bredere marge, beter overzicht op het verkeer. Strikt genomen dient elke weggebruiker de rijbaan vrij te maken bij het naderen van een prioritair voertuig. Er is evenwel één probleem: het is niet voorzien in de wegcode dat een prioritair brandweervoertuig of een ziekenwagen hier mag rijden.                        Artikel 59,12 van de Wegcode voorziet dit voor politie- of douanepersoneel indien dit verantwoord is door de opdracht, maar dus niet voor de andere hulpdiensten. Een brandweervoertuig werd recent dan ook aansprakelijk gesteld voor een aanrijding tussen de uiterste twee linker rijstroken. Opletten is dus de boodschap! Enkel indien het niet mogelijk is om veilig gebruik te maken van de pechstrook, zou men zich kunnen beroepen op overmacht en kunnen rijden tussen de twee uiterste rijstroken.

Prioritair rijden is nooit een vrijgeleide om onvoorzichtig te zijn. De wegcode bepaalt zeer duidelijk dat elke weggebruiker zijn snelheid moet aanpassen aan de omstandigheden van de weg en dat elke weggebruiker moet kunnen stoppen voor elke voorzienbare hindernis.